Budget & Kunst(winkel), Rotterdam » Inleiding trans-Atlantische scheepvaart

"This, in fact, is our new American moment. There has never been a better time to start living the American dream."

PRESIDENT TRUMP, in zijn State of the Union address in januari 2018

INLEIDING

De sociale en cultuurgeschiedenis van (West) Europa en de V.S. in de  19e  eeuw is complex en te gelaagd om in een kort bestek uit een te zetten. Maar enkele lijnen kunnen wel getrokken worden die een zekere geldigheid voor bijna alle (West) Europese naties hadden zonder de geschiedenis al te veel geweld aan te doen en zonder dat deze alle op het zelfde moment plaatshadden. De V.S. zal door zijn belang voor dit verhaal als maatschappelijk en religieus laboratorium met zijn enorme impact op Europa meer aandacht moeten krijgen. Maar omdat het de landverhuizers waren die de V.S. hebben gevormd en Europese naties aanvankelijk economisch de V.S. de baas waren en ook wel als spiegel en inspiratiebron een belangrijke rol speelden, eerst  een schets van Europa in de 19de eeuw en dan volgt een uitgebreide beschrijving hoe razend snel comfort en luxe in de V.S. zich ontwikkelde.

1.

De negentiende eeuw was voor Europa bij gebrek aan een beter woord, een echte ‘overgangs’ eeuw waarin bijna alle tradities en maatschappelijke ontwikkelingen ter discussie gesteld werden. Het was een periode waarin men laveerde tussen oude en nieuwe ideeën over organisatie van de economie en samenlevingsmodellen om de maatschappij in te richten. Na de chaotische periode na de Franse revolutie en overwinning op Napoleon in 1816 was het voor de meeste staten in West-Europa - politiek gesproken- een herinvoering van de bekende en voorheen vertrouwde maatschappelijke verhoudingen. Er werd wat geschoven met landsgrenzen, maar de aristocratie kreeg weer veel van haar macht terug, de katholieke en protestantse voorlieden werden weer de morele herders en de ambachtelijke productie met afscherming van de eigen binnenlandse markt bepaalde de economische verhoudingen. 

Maar een herschikking van de macht was op komst. Zo waren er de ideeën van de filosofen uit de 18de -eeuwse Verlichting en de Franse revolutie over gelijkheid, de sturende rede, moderne vooruitgang en wetenschap zo wijdverbreid onder een ontwakende middenklasse die zich niet meer lieten doven met als gevolg een groeiend verzet tegen traditionele machten en opvattingen. Maar ook de kloof tussen arm en rijk werd groter door de veranderende arbeidsverhoudingen. Er was in de loop van die eeuw de overgang van de lokale, vaak thuisgebonden ambacht naar een industriële, fabrieksmatige productie met Groot-Brittannië al sinds de 18de eeuw als koploper. Steenkool, stoom(kracht) en wetenschappelijke nieuwsgierigheid waren grondbeginselen. Groot-Brittannië was door haar vroege technologische voorsprong en haar enorme bezit aan kolonies de ‘superpower’ ter land en ter zee ondanks het verlies van de Verenigde Staten van Amerika aan het eind van de 18de eeuw. Sinds het Romeinse rijk was er niet meer zo’n groot imperium geweest. Het overtrof al tot 1850 alle andere landen ter wereld tezamen in economische macht maar zou aan het eind van de eeuw ingehaald worden door de V.S.. In Nederland bijv. kwam de eerste Industriële revolutie pas op gang na 1850, ver achterlopend op V.K. en bijvoorbeeld België.

Er ontstond in de loop van de eeuw een middenklasse met het liberalisme als leidmotief die zaagde aan de poten van de macht van de aristocratie en de kerk en een die het accent steeds meer op de eigen natie-staat vastpinde.. De leefstijl was aan het veranderen en het ontwakend consumentisme met een voorkeur voor mooie zaken maar dan voor iedereen (die het kon betalen) liet zich niet meer terug in de doos stoppen. Men streefde zo min mogelijk staatsbemoeienis na en steeds betere scholing en sociale verheffing als belangrijke en richting gevende ideologie. Die maatschappelijke ontwikkeling had niet overal dezelfde snelheid of intensiteit, maar alle (West)Europese naties moesten er uiteindelijk in meegaan.

Wereldwijd was in de tweede helft van de 19e eeuw die opkomende liberalisatie van de handel, de snel­lere uitwis­seling van infor­matie dat begon met de telegraaf , de ontwikkeling van het per­sonen‑ en vracht­ver­voer dankzij zeil en stoom, de dalende kosten van het transport en grondstof­fen de wereld rap kleiner en elke markt bereikbaar. Door de razendsnelle ontwikkeling van de transportmiddelen als trein en schip (beide transportmiddelen onder stoom) werd de wereld virtueel kleiner en werd onderworpen aan het beschavingsideaal van het Westen. De globalisering of planetaire kolonisering vanuit het Westen begon op basis van industrie, kolonisatie, honger naar grondstoffen en superieure wapentechniek. Beheersing van de aanvoer van grondstoffen en het aan de man brengen van de producten wereldwijd werden belangrijke pionnen in het economische spel van die tijd waarvan ook de kleinere Europese naties profiteerden. De bestudering van de catalogi van de vele Nijverheid- en vooral de Wereldtentoonstellingen onderschrijven dit beeld. De Wereldtentoonstellingen als nieuwe fenomenen speelden een niet onbelangrijke rol en zijn eigenlijk nog steeds te veel onderbelicht gebleven als uitdrager van waarden en ideeën waarmee de wereld werd verdeeld. De Wereldtentoonstellingen die vanaf London 1851 regelmatig in Europa en de V.S. werden georganiseerd, - eigenlijk de schaalvergroting  van de vele lokale en nationale industrie tentoonstellingen die in alle westerse naties met grote regelmaat vanaf het begin van de 19de eeuw werden georganiseerd- , lieten de bezoeker kennis maken met nieuwe technieken, kunst en ander design . Deze exposities met grote paviljoens en die zo enorme terreinen besloegen, waren in Europa mogelijk gemaakt dankzij internationale afspraken over handel en de eerste pogingen tot internationale overeenkomsten over copyright en patenten.[i] De nieuwe export bevorderende mega-manifestaties met zijn miljoenen bezoekers, die met regelmaat werden gehouden waar wetenschappers congressen hielden, waar handelsdeals werden gesloten en geëxposeerde objecten als pronkmeubelen, kunst e.d. konden worden gekocht, bleken zeer grote publiekstrekkers. [ii]

Toch waren er velen in Europa die niet van de langzaam groeiende welvaart konden profiteren en ondermeer door verbetering van de hygiëne nam de bevolking sneller toe dan er werk voor hen  voorhanden was. Miljoenen kozen er voor om te emigreren want er bleek  elders in de wereld - en met name in Noord-Amerika-  veel ruimte voor het groeiende bevolkingsoverschot. Men verliet zijn stad of dorp  om voor zichzelf en/of hun families een beter of ander leven te verwezenlijken in een ontvangende natie die hen ook -  langdurig met graagte - toe liet. Maar vaststond stond aan de andere kant van die grote plas en beter leven kon worden opgebouwd.

2.

De aan trekkingskracht en de mythe van de American Dream was geboren. Het begrip, de  “American Dream” was weliswaar in de negentiende eeuw nog onbekend en ongebruikt maar wordt hier als containerbegrip geïntroduceerd om duidelijk te maken waarom men alles inpakte en vertrok.. De definiëring van dit begrip werd gepopulariseerd vanaf 1931 door J.T. Adams in zijn geschiedenisboek “The Epic of America”. Het specifieke aan de  American Dream is het Amerikaanse ideaal van vrijheid en gelijkheid voor alle mensen in een - meer of minder-  maakbare samenleving waarin het individu ongeacht afkomst, centraal staat. Het intrinsieke doel is welvaart voor een ieder, dankzij de zegeningen van het kapitalisme, de techniek en een hoog inkomen. De American Dream is dus -samengevat- deel uit te maken van een samenleving waarin eenieder die bereid is hard te werken, de top kan bereiken, zowel in maatschappelijke of politieke zin. Er is geen andere natie waarvan we een soort gelijke, bijna mythische kwaliteit kennen, want er bestaat geen andere droom die een natie verheerlijkt. De V.S. boden sommigen met de juiste instelling en doorzettingsvermogen een echte kans om rijk (er) te worden Als voorbeeld kan verder het volgende dienen: in 1830 had slechts een-derde van alle vermogenden in de V.S. zijn rijkdom uit een erfenis verkregen, de meerderheid had het verdiend met hard werken en speculatie. De beeldvorming werd mede ondersteund door de grote aantallen verhalen die over dat land in Europa in tijdschriften en  boeken werden gepubliceerd, de rijke Amerikanen die in Europa reisden waarover later meer. Hun sociale en maatschappelijke impact in Europa was beduidend groter dan die van elke andere reiziger.

Niet Canada maar de V.S. werd zo de belangrijkste bestemming voor de landverhuizer ondanks de  gevaarlijke overtocht over de Atlantische oceaan. Globaal zouden gedurende de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw zo’n 60 miljoen Europeanen emigreren, waarvan drie-vijfde naar de V.S. ging. Onder hen bevonden zich  ongeveer 170.000 Nederlanders waaronder veel boeren en landarbeiders. De overtocht gebeurde met velen op relatief kleine zeilschepen en later in de eeuw werden deze vervangen door grotere stoompassagiersschepen. Van alle landverhuizers die tussen 1850 en 1950 naar Canada vertrok­ken bleef er maar circa 10 procent in dat land wonen/werken, de rest ging (of terug naar het land van herkomst) door naar de V.S Om te begrijpen waar de landverhuizer  aan de overzijde van die enorme Atlantische oceaan voet aan wal zette, is een uitgebreidere schets van de V.S. in de 19de eeuw voor het begrip ook onontbeerlijk.

Aan het begin van de 19de eeuw was de V.S. geografisch gezien nog lang niet vergelijkbaar in oppervlakte met het huidige grondgebied. De V.S. bestond oorspronkelijk ‘maar’ uit de 13 opstandige koloniën aan de Oostkust die zich in 1776 hadden losgemaakt van Groot-Brittannië. Wat later hadden zich nog vier andere deelstaten aangesloten met als eerste in de nieuwe eeuw Ohio in 1802. Er zouden er in de loop der jaren in de negentiende eeuw nog vele (deel)staten worden gevormd want vanaf 1803 begon de territoriale uitbreiding naar het ‘Wilde Westen’ en het Zuiden richting Mexico met de aankoop van de Franse bezittingen, de Lousiana-purchase, waardoor de V.S. in één klap in oppervlakte tweemaal zo groot werd.

De V.S. had rond 1800 iets meer dan vijf miljoen inwoners, van wie ongeveer een miljoen slaven en vrijgemaakten uitmaakten. Daarnaast woonden er nog een onbekend aantal oorspronkelijke bewoners.[iii]  Op Manhattan in New York woonden toen al 80.000 inwoners, maar het merendeel van de Amerikaanse bevolking woonde vaak in kleinere gemeenschappen. Tot circa 1850 woonden de meeste -blanke-  bewoners in nederzettingen en dorpen van niet meer dan 3500 inwoners die grotendeels godsdienstig, intellectueel en materieel in eigen behoeften konden voorzien en het doen en laten van de grote stadsbewoners aan de verder ontwikkelde Oostkust met enige morele verontrusting volgden. Bovendien had aanvankelijk tot aan de komst van de spoorweg omstreeks 1830 bijna alle handel in de dezelfde staat plaats en zelden tussen de staten onderling. Men dacht en handelde lokaal of regionaal en men voelde zich nog geen deel van een grote Republiek.

De meeste landverhuizers naar de V.S. bleven in de grote steden wonen. Het wa­ren de nieuwe industriële en commer­ciële centra in de V.S. zoals New York, Brooklyn (lange tijd een aparte stad), Philadelphia, Boston die in de tweede helft van de eeuw de grootste groei te zien gaven. In Europa verzesvoudigde de stedelijke populatie, in de V.S. nam die zelfs toe met factor acht. [iv] 

De V. S. was een republiek op federale grondslag met een centrale regering in Washington. De staatsvorm was in essentie gebaseerd op de rechten van het individu. Er was in de V.S. geen heersende klasse in de vorm van de adel, iedere man was in principe gelijk. Ook was er geen klassenverschil - als je geen neger(slaaf) of oorspronkelijke bewoner was. Alle kinderen waren bij overlijden van de ouders erfgenaam en het land leek zodoende al snel een paradijs voor de armen die zich economisch wilden verbeteren. Overerving van staatsmacht tussen familieleden zoals in Europa, kende men niet en het waren de President, het Congres en de Senaat die het land als uitvoerende en wetgevende macht bestuurden. Er was scheiding tussen staat en kerk, tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Er bestond religieuze vrijheid want er was officieel geen staatsgodsdienst, maar het Protestantisme met zijn grote diversiteit aan Bijbeluitleg en inzichten (Baptisten, Quakers, Presbyterianen, Methodisten etc.) en de voortdurende aanvoer van Noord en West Europese landverhuizers, was het protestantisme als godsdienst zo goed als maatgevend, hoewel er in de V.S. - zoals in Maryland - toch ook al veel katholieken woonden. De (deel)staten waaruit de natie was samengesteld, hadden wel een eigen bestuur en kenden vergaande eigen bevoegdheden. Deze staten streefden niet altijd dezelfde belangen na. De staten beschikten op sociaal en economisch gebied een grote autonomie en wilden dat ook graag zo houden. [v]  Elke federale maatregel die werd voorgesteld en die niet in strijd was met de grondwet kon door de deelstaat naar eigen inzicht wel of niet worden doorgevoerd. De zuidelijke staten met hun plantagecultuur en slavernij hadden geheel andere belangen dan de meer noordelijke staten aan de Atlantische oceaan. Politiek gezien was zij een experiment in egalitaire (mannen)democratie (met uitsluiting van kiesrecht voor de vrouw, bezitloze werkers, minderjarigen, bedienden, slaaf of de vrije oorspronkelijke bewoner, zelfs hier en daar niet Christenen), en ontwikkeling waar men in Europa in t algemeen nogal angstig voor was.[vi]

4.

De V.S. beschikte over een enorm areaal aan ongerept land met vooral veel mogelijkheden voor landbouw en veeteelt. Er was een overvloed aan natuurschoon, een prachtige flora en fauna met daarbij machtige bevaarbare rivieren en meren. Rond 1800 was zelfs een der kernvragen geweest: moest de V.S. zoals Thomas Jefferson, een van de idealistische stichters van de Republiek voorstond, een agrarisch land blijven met zo weinig mogelijk federaalbestuur en de industriële productie overlaten aan Europa, of moest het toch urbaniseren, commercie en industrie ontwikkelen, een opvatting die langzamerhand steeds meer aan invloed zou gaan winnen? [vii] Maar al ruim voor de ‘tweede onafhankelijkheidsoorlog’ met voormalig moederland tussen 1812-1814, was de V.S. met grote voortvarendheid begonnen aan haar ontwikkeling op basis van het commerciële kapitalisme. Er was weinig industrie van enige betekenis in verhouding tot die van het voormalig moederland, Groot-Brittannië. Die opstartende Industrialisatie in de V.S. had veel (buitenlandse) investeringen gevraagd maar genereerde binnenlands ook veel kapitaal in een groot land met een relatief kleine bevolking. Buitenlandse investeringen uit Europa (en toch vooral Groot-Brittannië en .... Nederland) waren belangrijk. In 1803 werkten nog maar circa 76.000 mensen in de industrie, in 1860 zou dit aantal al gestegen zijn naar meer dan 1,3 miljoen!In het noorden met zijn grote merengebied grensde de republiek aan Engelse bezittingen, de latere staat Canada. In het westen vormde de Mississippi-vallei de grens met het enorm uitgestrekte Spaanse bezit dat reikte tot aan de Stille Oceaan. In het zuiden was er de grens met nog wat Spaans gebied als Florida en natuurlijk de staat Mexico.

Tussen 1840 en 1850 werd de V.S. geografisch ongeveer zo groot als het nu ook nog is. Er waren toen al ongeveer 17 miljoen inwoners. Mexicaanse bezittingen werden ingelijfd en de Stille Oceaan werd bereikt. Met Groot-Brittannië kwam men tot overeenstemming over de grens in het noorden met Canada. De belangrijkste bron van inkomsten kwam uit de verbouwing en export van katoen, tabak en - wat later in de eeuw - voedingsstoffen als rijst, graan, maïs e.d.

De relatie  met het voormalige moederland zou politiek en sociaal gezien de gehele 19de eeuw enigszins problematisch blijven zowel tussen de politiek als tussen de intellectuelen van beide landen.[viii] Men kibbelde voortdurend over grens- en visserijkwesties, over copyright kwesties, over vrijhandel die Groot-Brittannië wilde en de hoge Amerikaanse tariefmuren die vooral de (Engelse) handel belemmerde. Na afloop van de Burgeroorlog (1861-1865) bleef men in de V.S. Groot-Brittannië wantrouwen door hun steun aan de Zuidelijke Staten, met een beroemde Amerikaanse schrijver Henry Adams, nazaat van 2 presidenten, als belangrijkste spreekbuis. In de V.S. bleef er onderhuids altijd de aanwezige angst voor de financiële en politieke macht van het Verenigd Koninkrijk, anders gezegd; er bestond een breed gevoelde Anglofobie en werd elke actie van het voormalige moederland op een goudschaal gewogen. Het Verenigd Koninkrijk kon uiteindelijk niet tegen de economische en politieke macht van de V.S. op en het émpire ’werd aan het eind van de eeuw een tweederangs macht, zoals de historicus Schulte Nordholt het uitdrukte. [ix]

5.

De V.S. was een wat vreemde eend in de bijt van de landen rondom de Atlantische oceaan door haar democratische structuur zonder aristocratie en de grote diversiteit aan bevolkingsgroepen. De maatschappelijke, geografische, culturele ontwikkelingen in de V.S. vanaf de stichting van de republiek in 1776 werd door een deel van de intellectuele elite in de Oude Wereld met veel interesse en tegelijk met enige zorg gevolgd. Het Amerikaanse gebrek aan ‘’ oude’ cultuur, hun ver doorgevoerde democratie en egalitarisme, hun grofheid in manieren, de gewelddadige onderwerping van de Indianen in het Zuiden en Westen, de slavernij, de bijzondere maatschappelijke positie van het vrouwelijk geslacht, hun ‘eigen Engels’ variant, hun oppervlakkigheid en middelmatigheid, hun focus op geld en handel, dat alles werd in woord en geschrift negatief breed uitgemeten. Er was vooral afkeuring van dat democratisch experiment in dat land van armoedzaaiers vaker de teneur . Zoals een Duitse schrijver dominee Philip Schaff in 1854 in zijn boek Amerika weergaf hoe velen in de ‘upperclasses’ dachten over de V.S. “a grandioses Tollhaus und ein Sammelplatz alller europaischer Lumpen und Taugennitse”[x] Maar juist dat democratische samenlevingsexperiment in de V.S. was voor menig gewone Europeaan – en in het bijzonder een Engelsman daar in de 19de eeuw de ‘landed gentry’ nog steeds de toon zette en zich in status ver verheven voelde boven de andere klassen- zeker een reden om zelf eens poolshoogte te gaan nemen en daarover te berichten. Er waren ook veel wetenschappers en journalisten die door hun landen, instituties of bedrijven waren afgevaardigd.

Interessant is hoe intellectueel Europa tegen deze nieuwe natie aankeek en hoe de Amerikanen zelf een reis door Europa ondergingen. Reisverslagen, dagboeken e.d. bijgehouden tijdens de reis naar en door de V.S. waren populaire literatuur in de 19de eeuw en ook vaak in vertaling verkrijgbaar. Er verschenen in de V.S. tussen 1800 en 1850 al zo’n 325 reisboeken en verhalen over de V.S., een aantal dat tussen 1850 en 1900 zou oplopen tot zo’n 1500![xi] Het loont zeer de moeite om deze egodocumenten, reisverhalen van Engels, en Duitsers en Fransen als die van A.Murat, F.Lieber, A. de Tocqueville, M. Arnold, Charles Dickens, Frances Trollope, Frederick Marratt - en vele andere minder bekende reizigers - er op na te slaan hoe zij tegen de Amerikaanse samenleving aankeken. Maar er waren veel meer minder bekende schrijver-reizigers, waaronder relatief veel vrouwen, die ons de leukste reisbeschrijvingen hebben nagelaten. Reisindrukken zijn weliswaar wat moeilijk te interpreteren door allerlei barrières zoals inzichten, duur van het verblijf, vooroordelen, taalproblemen, gebrek aan kennis e.d.[xii]  Zo kwam veel fictie en non-fictie over de V.S. in omloop want slechts een enkel verslag was goed met cijfers of door onderzoek gedocumenteerd. Maar deze verslagen, reisdagboeken en andere proza werden aan beide zijden van de Atlantische Oceaan met veel interesse gelezen en besproken.· Het aantal besprekingen van reisboeken in kranten en tijdschriften in de V.S. volgens een bron werd uitsluitend overtroffen door religieus getinte artikelen! [xiii]

De V.S. bezat een leeshongerige bevolking. Lezen werd bij bijna iedereen uit de Puriteinse traditie als een basisvoorwaarde gezien. Er was een veelheid aan kranten, tijdschriften en boeken. Al in 1811 was de stoommachine in de grafische industrie geïntroduceerd, was het drukproces aanzienlijk versneld. Elk dorp of stadje een eigen nieuwsblad maar vooral de kranten en tijdschriften uit de grote steden - met als uitschieter New York-, hadden grote oplages.[1] De tijdschriftenmarkt werd gedomineerd door de uitgevers in de grote steden, waarvan alleen al New York rond 1860 goed was voor een derde van alle publicaties!

Men ervoer in de V.S. de aversie die bestond tegen de jonge Republiek als nogal laaghartig wat ondermeer bleek uit de commentaren na de lezing van reisverhalen door de V.S. door intellectuelen zoals Charles Dickens, - zeker na zijn publicatie van de roman Martin Chuzzlewit in 1845- Frances Trollope, Alexander Hamilton en Basil Hall, terwijl men hen met open armen had ontvangen. [xiv]

Maar men had ook ‘vrienden ’zoals misschien de meest geciteerde commentator op het Amerika van de 19de eeuw, de Fransman Alexis de Tocqueville (1805-1859), die wees op de grote invloed van de Puriteinse doctrines op de Amerikaanse democratie en haar republikeinse karakter, de veel gelezen en geciteerde lovende verhandeling schreef over de democratie in de V.S. (in relatie tot het staatsbestel van Groot-Brittannië en Frankrijk) ondanks zijn grote afkeer van de slavernij. Ook was er de Duitse aristocraat Grund die alle Engelse afkeer relativeerde en in een breder perspectief plaatste en vaak met een voorbeeld onderuithaalde.[xv] Bovendien pleitte hij er voor niet alles van uit Europees perspectief te toetsen, maar de V.S. op hun eigen merites te beoordelen. Dominee Philip Schaff vatte in 1854 de intellectuele weerstand in Europa tegen de V.S. nog eens samen in de volgende argumenten: de slavernij, die men maar niet wilde afschaffen, het ongebreidelde materialisme, het politieke radicalisme waardoor de V.S. dreigde af te glijden naar ‘Franse toestanden’ en de opkomst van een grote hoeveelheid Christelijke sekten.[xvi]

Recent onderzoek spreekt alleen al van 691 (!) gepubliceerde reisverslagen in totaal tussen 1800 en 1868 (waarvan alleen al 330 Engelse). Een ander onderzoek dat zich vooral richtte op Frankrijk heeft het over 1583 boeken die verschenen tussen 1765 en 1932.! [xvii] Daarna werd het aantal publicaties zeker niet veel minder. Ook Nederlanders zijn gaan kijken en berichtten over dit land en er waren ook vertalingen van beroemde auteurs verkrijgbaar.[xviii]  Maar eerst zullen we ons bezighouden met de men sen zonder een publieke stem. De landverhuizer.

 

[i] Zie bijvoorbeeld hoe ingewikkeld dat lag  C. Macleod, “The Paradoxes of Patenting: Invention and Its Diffusion in 18th- and 19th-Century Britain, France, and North America”, Technology and Culture,32,4, (Oct., 1991), p. 885-910

[ii] zie bijvoorbeeld (Catalogus Victoria and Albert Museum, 1987). Omdat zij miljoenen binnen- en buitenlandse bezoekers aantrokken, werd er ook veel ruimte gemaakt om het publiek te vermaken en waren ook zo de prototypen van de latere amusementsparken. Bovendien werden rondom deze manifestaties ook heel vaak congressen over techniek en wetenschap georganiseerd waardoor veel informatie werd uitgewisseld. De eerste tentoonstelling was in London in een speciaal gebouwd glazen tentoonstellingsbouw, het Crystal Palace en deze tentoonstelling kreeg door haar succes in de dominante blanke wereld veel navolging. Deze eerste te London trok al meer dan 6 miljoen bezoekers (waaronder 60.000 buitenlandse bezoekers) , die in 1876 in de V.S. al bijna 10 miljoen Amerikaanse en buitenlandse bezoekers.

Deze internationale ontmoetingsmomenten werden vooral in het Atlantische bekken georganiseerd met London (1851, 1862) en Parijs als belangrijkste organisatoren (1855,1867,1878, 1889, 1900 e.v.).  Maar ook de V.S. zou enthousiast meedoen aan de vele wereldtentoonstellingen met als eerste die in 1853 in New York. Daarna volgden daar nog Philadelphia 1876, Chicago 1893, St. Louis 1904, San Francisco 1915, evenementen die door zeker al door 100 miljoen Amerikanen werden bezocht! [ii]   In de 20ste eeuw volgden nog Chicago 1933 en 1939 te New York.

[iii] Statistical view of the United States, Washington 1854 p. 37 e.v.

[iv] (Hohenberg & Lees, 1985), p.217; (Faulkner, 1960), p.4

[v] (Gerstle 2010) p.30 De macht en bemoeienis van de centrale regering mocht daarom nooit te groot worden en deze werd enigszins aan banden gelegd door het aannemen van tien amendementen op de grondwet, de Bill of Rights.

`But, in nineteenth-century legal terms, it also included such tasks as the direction of internal transportation improvements; controls on capital and labor; the building of schools, libraries, and other educational facilities; identification and regulation of proper moral behavior; town planning; and public health. As long as an activity could be associated with the public welfare and did not violate the Constitution, a state legislature could pursue it through social policy. `

Zo wilde de centrale regering bijvoorbeeld de slavernij, een belangrijk item in de politiek,  wel verbieden, maar door de oppositie kon zij uiteindelijk alleen de invoer van zwarte mensen aan banden leggen

[vi] (Ropdriguez, 2000), p.141. Zie bijvoorbeeld (Bech-Petersen, 1998)

[vii] (Schulte Nordholt, 1992), p.153-154

[viii] (Curti 1949). Een prachtig essay over alle weerstand die de Republiek opriep.

[ix] (Schulte Nordholt, 1992), p.206

[x] (Curti, 1949), p.61.

[xi] (Hoganson, 2007), p.166

[xii] (Kilbride 2011, p.340 “There can be little doubt that travelers are handicapped bu cultural bagage, language limitations, ignorance, outright prejudice, and other barriers militigating against a candid assessment of host societies.” Maar het blijft interessant leesmateriaal omdat het geschrevene door de gelegde accenten naast een beeld van de Amerikaanse samenleving vaak ook veel verteld over de schrijver en zijn eigen sociaal-culturele achtergrond en context.

[xiii] Larzer Ziff onderzocht dit en wordt geciteerd in (Kilbride 2003), p.556 “ .... the first half of the 19th century only religious writing exceeded in quantity the number of travelbooks reviewed in and the number of travel narratives published in American Journals”.

[xiv](Campbell 2007 ), p.88-105

[xv](Grund, Aristocracy in America 1839 )

Hij zag echter geen voorland voor een aristocratie, want de rijke middenklasse die ontstond had rijkdom gebaseerd op handel en industrie en kon dat ook weer zo verliezen en bovendien hadden alle erfgenamen recht op een deel van de erfenis. Ook over Amerika, dat twee later verscheen, waarin vooral de zich vormende bovenklasse ongenadig onder de loupe wordt genomen

[xvi] (Perry 1993), p.126. Volgens deze bron was rond 1900 meer dan 25% van alle protestantse zendelingen Amerikaans, en later in 1950 zelfs tweederde!

[xvii]  (Zeldin, 1977), p.134

[xviii] (Steringa, 1999) en (Leelie, 2014). Volgens (Krabbendam 1995), p. 207 verschenen er in Duitsland tussen 1815-1850 zo’n 50 reisverslagen, in Engeland zelfs meer dan 200. Vanaf 1840 verschenen de eerste handboeken met informatie over vestigingsgebieden en reisroutes in diverse Europese talen.